PKN BUITENPOST

Agenda

Zie ook Activiteiten

di. 29 mrt. : Schakel: Cursus Theologische Vorming (aanvang: 14.00 uur)


zo. 2 apr. : Haersmahiem: Zondagavondzang (aanvang: 19.00 uur)


za. 1 apr. : Fonteinkerk: Concert chr. brassband Concordia t.b.v. project in Afrika (aanvang: 19.30 uur)


Mariakerk (voorheen Hervormde kerk)

Tekst en foto's: Regnerus Steensma
 

Klik op een kleine foto, dan verschijnt een grotere
 

1. Het benedendeel van de toren is romaans en van ca. 1200. Ter wille van de veiligheid is de toren alleen vanuit de kerk toegankelijk. In de 16de eeuw werd de toren verhoogd en in 1886 aan de west- en de zuidzijde beklampt met kleine steen. Het tentdak is van na de brand in 1956.
2. In zijn huidige vorm is de kerk een laatgotisch gebouw met hoge brede vensters en steunberen. Hij werd gebouwd aan het einde van de 15de eeuw en verving toen een oudere kerk die waarschijnlijk korter was. De vensters hadden oorspronkelijk stenen traceringen waarvan nog enkele resten bewaard bleven. De eerste restauratie vond plaats in 1949-1950, de tweede van 1976-1978. Bij de laatste werd aan de buitenkant de witte pleisterlaag verwijderd.
3. Twee stenen bij de noordelijk ingang. Boven een votiefsteen uit 1496 met daarop 'jhs . maria'. Dit betekent dat de kerk bij de laatgotische herbouw werd opgedragen aan Jezus en Maria. Dit was in de middeleeuwen een vrij algemene 'zegebede'. Tot nu toe is onbekend aan welke heilige deze kerk was gewijd. Het opschrift op de onderste steen vermeldt dat de kerk in 1594 verbrandde door inlegering van soldaten en pas werd herbouwd tussen 1611 en 1613.
4. De haan op het schip van de kerk wordt gedragen door een ruit met daaromheen zes lelies. Een fraai werkstuk maar niet oud. De vorm van het geheel en de technische afwerking maken duidelijk dat het stuk machinaal is vervaardigd dus hooguit 100 jaar oud is. Mogelijk is het geplaatst bij de restauratie in 1950. De franse lelie is hier louter een versieringsmotief zonder symbolische inhoud.
5. Het interieur is een harmonieus geheel. Tegenover de preekstoel met doophek aan de zuidzijde staan de herebanken aan de noordzijde: samen vormen zij een evenwichtig geheel. De 4 rouwborden en 6 rouwkassen in het koor vormen een kleurrijke afsluiting van de ruimte. Zij vormen de band met het verleden en dragen in belangrijke mate bij aan de sfeer van de kerk.
6. De preekstoel dateert met het doophek uit 1769. Ze werden gemaakt door Egbert van der Hoek.
7. De koperen lezenaar van de preekstoel behoort tot de topstukken op dit terrein in Friesland. De letters R en F verwijzen naar ds. Franciscus Rondaan, die van 1768 tot 1775 in Buitenpost werkte en een rede hield bij de ingebruikname van de kansel in 1769.
8. In de zuidoosthoek van het koor zit een brede diepe nis die in de middeleeuwen diende als piscina. Hierin hing een ketel met water. Aan het einde van de mis kreeg de priester een beetje water over zijn handen, want er zou nog een korrel van de hostie, volgens katholieke opvattingen het lichaam van Christus, aan zijn vingers kunnen kleven. Via een afvoer door de muur spoelde het water weg naar de gewijde grond van het kerkhof: 'Gods water over Gods akker laten lopen'.
9. Het orgel werd gebouwd door L van Dam in Leeuwarden en werd gerestaureerd in 1973-1975. De decoratie aan weerskanten bestaat uit een hoorn des overvloeds met daarin een vogeltje. Het front is sterk verwant met dat in Anjum uit 1875 van dezelfde bouwer.
10. Gotisch doopvont uit de tweede helft van de 15de eeuw. Het is in Nederland een grote uitzondering dat een vont met katholieke voorstellingen bij de Reformatie niet is opgeruimd maar in de kerk zelf bewaard bleef. Waar het was opgeslagen is niet bekend. Voor de doop werd het niet meer gebruikt want aan de preekstoel uit 1769 hangt een koperen doopschaal. Van 1883 tot 1950 stond het vont in het Fries Museum.
11. Voorstelling van het Lam Gods op het doopvont. Het Lam draagt een staf met (overwinnings)vaan. Uit zijn borst komt een stroom (bloed) die in een miskelk vloeit, een verwijzing naar de eucharistie. Rond de kop is nog een restant van de kruisnimbus zichtbaar.
12. Op het doopvont staan Petrus en Paulus afgebeeld, die in de middeleeuwen functioneerden als symbolen van de kerk, de eerste van de organisatie, de tweede van de leer. Hier Petrus met de sleutel, een verwijzing naar Matth. 16 vers 18 en 19.
13. Paulus op het doopvont. Het zwaard verwijst naar zijn onthoofding onder keizer Nero in het jaar 69 en kreeg later ook de betekenis van de sterke verkondiging van het evangelie.
14. De kerk bezit zes herenbanken: vijf tegen de noordmuur en een in het koor tegen de oostmuur. Bij de restauratie van 1949-1950 werd de volgorde veranderd. Twee hebben een overhuiving met daarop een familiewapen. De andere hebben een wapen op of in het achterschot. Vijf dateren uit de 17de eeuw, een uit het midden van de 18de eeuw (tweede van links). Deze opstelling van een rij herenbanken is kenmerkend voor kerken rond de Lauwers, bijvoorbeeld ook in Burum, Visvliet en Kollum (vóór de restauratie).
15. Op de bank uit 1757 prijken de wapens Bouricius-Van Vierssen, vastgehouden door engelen of putti. Cornelius Livius van Bouricius trouwde in 1739 met Elske van Vierssen. Hij stierf in 1757 zoals vermeld staat op zijn rouwbord in het koor.
16. Kenmerkend voor een herenbank uit de 17de eeuw is de bank voor Livius van Scheltinga, waarbij de overhuiving rust op twee gecanneleerde zuilen. Het wapen (Scheltinga-Kinnema) staat binnen een tempelvorm met aan weerszijden een obelisk. Livius was grietman van Achtkarspelen en overleed volgens zijn rouwbord in 1670.
17. Wapens op de eerste bank uit het westen voor E(peus) a M(einsma) en A(uckien) B(rants a Boelens). Zij trouwden in 1646 en kochten in 1658 Bennemaheerd.
18. Wapens op de derde bank uit het westen voor T(ierck) B(oelens) en M(aeycke) P(ietersdr.). Tsjerk was grietman van Achtkarspelen en overleed in 1651.
19. Ruitvormig rouwbord voor Fecco van Jeltinga uit 1636, het oudste rouwbord in de kerk. In de kerk hangen vier ruitvormige borden alleen met wapen en naam uit de 17de eeuw en zes grote rouwkassen met namen, wapens en symbolen uit de 18de eeuw.
20. Rouwkas voor Martinus van Acronius, 'Luitenant generaal, colonel en chef van een regiment infanterie in dienst van den Staat der Vereenigde Nederlanden etc. etc.' die overleed in 1780.
21. Martinus laat duidelijk uitkomen dat hij trots was op zijn militaire verleden, want op dit bord hangen zijn handschoenen, helm, sporen en degen. Slechts in enkele kerken bleven deze krijgsattributen in natura bewaard. Onderaan prijkt op de wapenrok nogmaals zijn familiewapen.
22. Verwijzingen naar het roemvolle krijgsbedrijf onderaan de rouwkas voor Martinus Acronius: lansen, lopen van een kanon, staven voor het naar binnen duwen van het kruit en trommels.
23. Rouwkas voor Baudina Lucia Aebinga van Humalda, echtenoot van Martinus van Acronius, overleden in 1777. Onder en boven de wapens van haar ouders en voorouders. Onder en boven doodssymbolen: treurende engelen, zeisen, doodskop, fakkels en een zandloper. De fakkels worden normaliter omgekeerd afgebeeld als teken dat het levenslicht wordt gedoofd.
24. Middenstuk van de rouwkas voor Baudina Lucia Aebinga van Humalda met fraai rococo-ornament rond het wapen.
 Naar foto's van de Kruiskerk  

 

 








































Total visitors: 49,824
Visitors today: 29
Visitors yesterday: 62
Currently online: 1
Total page views: 324,320
Page views of this page: 5,627
counter   Statistics